28 augustus 2008
Gemeente van Jezus Christus,
Dominees in Denemarken willen van de duivel af. Dat bericht stond een week geleden in het dagblad Trouw. Als modern mens kan ik daar niets meer mee, zegt een van hen. En ik kan er bij de mensen in de kerk niet mee aankomen. Mensen van nu geloven niet meer in een duivel. En met ouderwetse begrippen als zonde en schuld jaag je de mensen de kerk uit.
Vandaag gaat het daar over: over zonde en de duivel. Met het risico dus dat de kerk volgende week leeg is.
Lezingen:
Daniël 9:1-19
Matteüs 4:1-11
Zingen:
Gezang 487: 1
Waarschijnlijk zegt die Deense dominee wat heel veel mensen denken. Je hoort inderdaad zelden nog over duivel en zonde, ook in de kerk niet.
Wat de reden daarvan is? Toch niet dat het kwaad eindelijk uit de wereld is. Je kunt toch moeilijk zeggen dat mensen van vandaag zoveel beter zijn dan 10 of 50 eeuwen geleden.
Waarom dan? Misschien is het omdat in onze tijd het individu zo belangrijk is. Het individu moet tot zijn recht komen, vindt iedereen. Hij moet zo veel mogelijk kunnen genieten van het leven. Mensen volgen cursussen in assertiviteit, om voor de eigen belangen op te kunnen komen. Daar past geen zondebesef bij en al helemaal geen duivel.
Als we al eens een fout maken, dan roepen we snel “sorry”, “foutje”, en gaan weer verder. Maar dat heeft niets te maken met wat de bijbel bedoelt met zonde en duivel.
Dit is de laatste
overdenking in de
serie over het
boek Daniël. Meer
overdenkingen
over Daniël vindt
u onder
'overdenkingen'
in het menu
hierboven.
Misschien moeten we erkennen dat de kerk haar recht heeft verspeeld om over zonde te praten. De kerk wist vaak te goed wat mensen mogen en moeten. De kerk aarzelde dikwijls ook niet om mensen te veroordelen. Velen herinneren zich dat nog al te goed. De schuldbekentenis die jonge verliefde mensen voor in de kerk moesten afleggen als bleek dat het meisje vroegtijdig zwanger was. Mensen zijn soms gekrenkt en beschadigd door de kerk en misschien willen we daarom vandaag helemaal niets meer horen over menselijke zonde en schuld. Zeker niet van de kerk.
Toch missen we dan vermoedelijk iets dat heel erg belangrijk is. De oude bijbelverhalen bevatten een schat aan ervaring en wijsheid die de mensen toen in hun leven hebben opgedaan. Wat zij te vertellen hebben over zonde en schuld, kan ons helpen het kwaad in de wereld enigszins te begrijpen.
En belangrijker nog: in die oude verhalen kunnen we ontdekken dat zonde geen somber en negatief begrip is in de bijbel. Integendeel. Er is een perspectief voorbij het kwaad dat mensen doen.
Daniël heeft het over zonde in het gebed dat we gelezen hebben. Heel uitvoerig belijdt hij de schuld van zijn volk. En hij heeft het niet over de schuld van anderen, zoals de meeste mensen zo vaak doen: hún zonden. Nee. Hij heeft het over ónze schuld en ónze zonde. Hij bidt om vergeving als vertegenwoordiger van zijn volk.
“Wij hebben gezondigd en ons misdragen. Wij zijn slecht en opstandig geweest, wij zijn van uw geboden afgeweken.”
Je kunt je daarover verbazen. Het volk van Daniël heeft immers enorm te lijden onder het onrecht van anderen. Moet Daniël dan namens deze slachtoffers bidden om vergeving?
Ja, wel in de beleving van Daniël. Het kan zijn dat andere mensen jou kwaad hebben gedaan. Maar ook jij zelf speelt een rol in de geschiedenis en de vraag is altijd wat jij hebt geleerd van het kwaad in de wereld. Hoe ga jij verder met je eigen leven als je eenmaal aan den lijve hebt ervaren wat mensen elkaar kunnen aandoen. Je bent nooit alleen maar slachtoffer.
Zo legt de bijbel de ballingschap uit. Ballingschap is een vreselijke ervaring. Een heel volk in slavernij. Toch moet ballingschap vooral een leerschool zijn voor de slachtoffers. Dit is het kwaad waar mensen toe in staat zijn. Wij lijden onder het kwaad van anderen. Wij zijn slachtoffer. Maar tegelijk zijn wij mensen als zij. Wat betekent dat? Zijn wij misschien in staat hetzelfde te doen als zij? Dat is een vraag die jou niet mag loslaten.
Laten we onze les leren uit de ballingschap. Laat het nooit gebeuren dat de slachtoffers van vandaag de beulen van morgen zijn. Daar moet je toch niet aan denken.
Daarom bidt Daniël om vergeving namens zijn volk en daarmee eigenlijk namens alle lezers van zijn boek. Ieder mens kan voor het kwaad vallen. Niemand is alleen maar slachtoffer, wij allen spelen ook een rol op het toneel van deze wereld. En wie durft te zeggen dat hij alleen maar goede dingen bijdraagt aan de mensheid? Kun jij voor jezelf instaan als je in de verkeerde omstandigheden terecht komt?
Ik las het verhaal van een man die de concentratiekampen van de tweede wereldoorlog had overleefd. Hij vertelt hoe hij met honderden anderen in treinwagons werd vervoerd naar het kamp. “In die wagon zat naast mij een jonge vrouw met een kind in haar armen. Toen die vrouw van uitputting in slaap viel, heb ik een stuk brood van haar gestolen. Ik was slachtoffer, maar op dat moment bleek ik ook een potentiële beul te zijn.” Niet alleen de beulen, maar ook ik ben schuldig, zegt hij.
Dat is het wat Daniël beseft, als hij namens de onderdrukte mensen in Israël bidt om vergeving van onze zonden. Wij hebben ons misdragen. Het kwaad is voor ons allen een gevaar, een verleiding.
Niemand kan zich afmaken van het leed in de wereld door af en toe vrolijk sorry te roepen. Alsof het kwaad een vergissinkje is; iets dat je per ongeluk doet. Het zit veel dieper in ons.
Er is meer aan de hand met dat kwaad. Het trekt ons aan. En dat is wat de christelijke traditie altijd heeft uitgedrukt met woorden als zonde en duivel.
Niemand minder dan Jezus kan ons dat uitleggen. Jezus heeft weerstand moeten bieden aan grote verzoekingen. Hij had een andere weg kunnen kiezen dan hij gedaan heeft. En die andere mogelijkheid heeft hem zelfs in verleiding gebracht. Alsof er een kwade macht was, een duivel, die hem de verkeerde kant op trok. Het was zelfs niet meteen duidelijk dat dat de verkeerde kant was. Was dat maar zo, dan was het geen verzoeking geweest. Je wordt alleen maar in verleiding gebracht door iets dat jou aantrekt. Anders is het geen verleiding. Het bekoort je, die andere mogelijkheid. Het trekt je aan. En tegelijk weet je dat het niet goed is.
Jezus had kunnen kiezen voor snelle populariteit bij de massa. Of hij had kunnen kiezen voor de weg van het geweld, zoals zoveel anderen deden. En er is altijd wel iets te zeggen voor die andere keuzen. Goed en kwaad is geen kwestie van zwart en wit. Was het maar zo eenvoudig. Het ligt vaak zo verdraaid dicht bij elkaar. Goed en kwaad kunnen zelfs op elkaar lijken. En je moet van goede huize komen om ze te onderscheiden en de juiste keuze te maken. De duivel is de aap (de na-aper) van God, zei Maarten Luther.
Wie van de duivel af wil, onderschat hoe verleidelijk het kwaad is. Je miskent dat het kwaad jou als een macht naar zich toe kan trekken. Die Deense dominees zijn ongetwijfeld modern met hun verzet tegen de duivel. Maar juist onze moderne cultuur heeft dan ook een blinde vlek voor het kwaad in de mens. Het irrationele kwaad waar ook een modern, redelijk mens voor kan vallen.
Jezus kwam de duivel tegen als verleiding. Het was kantje boord, want dat is het altijd met een echte verleiding.
Dat is wat de bijbel bedoelt met zonde. Het kwaad is ingewikkeld; in-gewikkeld in ons leven. Je komt het steeds weer tegen en het kan je aantrekken. Zoals de dood of het onheil van andere mensen ons aantrekt. Bij een ernstig verkeersongeluk zet de politie tegenwoordig grote schermen om de plek van het onheil, anders ontstaat er meteen een file van kijkende mensen. Het onheil fascineert ons zoals alle vormen van kwaad.
Als je dat beseft zul je wel uitkijken snel en gemakkelijk te oordelen over anderen. De verkeerde keuze en de verkeerde mogelijkheid zit ook in je eigen leven. Elk slachtoffer kan ook ooit een beul worden. Pas als je het beseft, kun je je er tegen wapenen.
Dat is de reden dat Daniël namens ons allen bidt om vergeving. Wij allen zijn in staat mee te doen met het kwaad.
Het allerbelangrijkste is echter nog een stap verder.
Zonde is niet een somber begrip in de bijbel. Wie de macht van het kwaad erkent, kan ook weten dat er een andere macht is, namelijk de macht van liefde en vergeving. Wie goed en kwaad altijd precies weet te onderscheiden, heeft geen vergeving nodig. Dan is immers alles glashelder. Maar wie het kwaad in eigen leven onderkent als een verleiding, die heeft vergeving nodig. Zonde is de ene kant van de medaille. Gods vergevende liefde is de andere kant.
Dat wij als mensheid bestaan en blijven bestaan danken wij aan Hem. Daar doet Daniël dan ook een beroep op.
“God, houd ons vast. Niet omdat wij zo goed zijn, maar omwille van uzelf. U bent liefde, geef ons daarom uw liefde. Verloochen uzelf niet.”
Alleen daarin ligt onze hoop.
Zo eindigt Daniël zijn gebed:
“Heer, luister naar ons! Heer, vergeef ons! Heer, verhoor ons gebed!
Wacht niet langer en grijp in, mijn God, ook omwille van uzelf, want uw naam is verbonden aan deze wereld en aan uw mensheid.”
Amen
De Heer heeft mij gezien en onverwacht
ben ik opnieuw geboren en getogen.
Hij heeft mijn licht ontstoken in de nacht,
gaf mij een levend hart en nieuwe ogen.
Zo komt Hij steeds met stille overmacht
en zo neemt Hij voor lief mijn onvermogen.
Liedboek voor de kerken, Gezang 487: 1