10 september 2009
Sommigen hebben hem gevolgd, anderen hebben hem bestreden. Hij maakte indruk, Jezus, door zijn woorden en door wat hij deed. Wie hem volgden, wilden hun bewondering uiten. Dat begint al in de evangeliën en het is altijd zo gebleven. Gelovigen geven graag eretitels of stralenkransen aan Jezus en wie zou dat niet begrijpen!?
Lezingen:
Deuteronomium
6: 4-9
Matteüs 15: 21-28
Romeinen 8: 12-17
Huub Oosterhuis heeft er een gedicht over gemaakt, over de stralenkransen die aan Jezus zijn gegeven: Negentwintig namen voor Jezus van Nazareth. Als je er even voor gaat zitten kun je misschien wel 129 namen vinden.
Er is niets mis met al die stralenkransen voor Jezus. Natuurlijk niet. Je mag uiting geven aan je bewondering voor Jezus. Een stralenkrans geven is letterlijk iemand in het zonnetje zetten. Als dat in onze relaties niet meer gebeurt, bijvoorbeeld in een huwelijk, dan is er iets grondig mis. Geef elkaar af en toe een mooie stralenkrans. Al zul je ook daarin nooit kritiekloos moeten zijn.
Negentwingtig namen voor Jezus van Nazareth
Naaste. Vreemde. Jood. Zaad.
Boom aan de bron. Bruidegom. Weg.Droom van een mens. Deur open. Hoeksteen.
Sleutel. Leeuw van Juda. Lam. Gerechte.Herder. Parel. Twijgje. Vis. Brood.
Woord. Wijnstok. Zoon van. God. Knecht.Stromend levend water. Morgenster. Koploper.
Enige. Onzegbaar gezegde.Huub Oosterhuis
Uit: Gezongen Liedboek. Verzamelde teksten. Ten Have Baarn 1993
Onze katholieke vrienden noemen Maria, de moeder van Jezus, graag “Moeder Gods”. Een prachtige stralenkrans. Alleen, daar zie je ook hoe het mis kan gaan. Want Maria zelf, als joodse vrouw, zou zoiets nooit hebben gezegd. Geen haar op haar hoofd. Hoe zou je! Hoor Israël! De Heer is God, de Heer is één!!
Dit is de vijfde
overdenking in
een serie over
de Apostolische
Geloofsbelijdenis.
Meer over de
geloofsbelijdenis
vindt u onder
'overdenkingen'
in het menu
hierboven.
Stralenkransen zijn dus prachtig, maar je zult wel steeds terug moeten naar de mens achter de stralenkrans, achter de eretitels. Ook in het geval van Jezus. Wie was hij zelf? Want het gaat om hem. Stel je voor dat je dat vergeet, en dat je dus gaat geloven in de stralenkransen, in de dogma’s, in plaats van in Jezus zelf.
Daarom staat er als motto boven de overdenking van vandaag alleen maar: Jezus. Want ook de Apostolische Geloofsbelijdenis kent Jezus tal van stralenkransen toe: Christus, Heer, Gods eniggeboren zoon, geboren uit een maagd.
Maar: wie was Jezus zelf. Wat zei hij, wat deed hij? Waarom geven we hem die stralenkransen? Dat staat niet in die Geloofsbelijdenis.
Uit het evangelie krijg je de indruk dat Jezus zelf erg terughoudend was als het ging om grote titels. Logisch. Jezus was een jood, opgevoed in het joodse geloof. En voor joden stond en staat die bekende belijdenis centraal: Hoor Israël, de Heer is God, de Heer is één.
Het zijn de belangrijkste en gevoeligste woorden uit het joodse geloof. Het Sjema Israel: Hoor Israël. Woorden die een gelovige jood bidt voor hij sterft; de laatste woorden waarmee velen ooit de gaskamers zijn ingegaan. Laatste troost en houvast: De Heer is één. Het geloof van Jezus en Petrus en Paulus. Wie dat gelooft, zal zichzelf niet zo gauw een al te schitterende stralenkrans geven.
Jezus was een jood en dat is hij altijd gebleven. Hij wilde zelfs opnieuw de radicaliteit laten zien van Mozes en de profeten. Hij kreeg een conflict, maar dat was niet met het joodse geloof, het was met de leiders van het joodse volk. Het mooiste wat Jezus ons heeft achtergelaten, het Onze Vader, is een puur joods gebed, dat joden, zeggen ze zelf, zo mee kunnen bidden. Zelfs andersom: door Jezus kunnen wij het met hen meebidden.
Hoor Israël. De Heer is één! Dat was het geloof van Jezus en daar heeft hij genoeg aan gehad. Hoe zouden wij er niet genoeg aan hebben?! Het is in feite de eerste regel van de geloofsbelijdenis: "Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde." Alles staat er in. Wie zegt: daar heb ik genoeg aan, bevindt zich in goed gezelschap, namelijk van Jezus.
Als joodse leraar bracht Jezus zijn boodschap in verhalen. Levensechte verhalen. En dat doen de evangeliën ook. Ze vertellen verhalen over Jezus. Eén daarvan hebben we gelezen. Een verhaal over een grote ontdekking die Jezus in zijn leven heeft gedaan, een ontdekking die daarom van groot belang is als je Jezus wilt begrijpen.
Jezus wijkt uit naar het gebied van Tyrus en Sidon, vertelt Matteës. Daar ontmoet hij een heidense vrouw die hem dringend om hulp vraagt voor haar dochter. "Heb medelijden met mij, Heer". "Heer, ontferm u over mij. Kyrië eleison. Mijn dochter, vreselijk ...".
Maar Jezus keurt haar geen woord waardig. "Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk van Israël", zegt hij. Als de vrouw blijft aandringen, zegt Jezus: "Het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren."
Dat komt hard aan. Het eigen joodse volk zijn de kinderen en die gaan voor; de heidenen, de honden kunnen wachten. Een schokkend verhaal; het riekt naar 'eigen volk eerst'.
Maar de vrouw geeft niet op; ze geeft Jezus een snedig antwoord: "Natuurlijk Heer, je hebt gelijk; maar je weet toch wel dat de honden altijd de kruimels eten die van de tafel vallen."
En dan ziet Jezus het opeens. Alle mensen hebben brood nodig. Niet alleen de kinderen aan tafel, maar ook de honden onder de tafel. Geen mens kan leven zonder liefde. Dat onderscheid tussen kinderen aan tafel en honden onder de tafel, is één grote vergissing. Er zijn geen kinderen en honden. Alle mensen zijn gelijk als het gaat om de vraag naar brood en naar een menswaardig bestaan. Alle mensen zijn gelijk als het gaat om het verlangen naar leven, naar erkenning, naar liefde.
Wat het leven van de mensen draaglijk maakt, is het besef dat er een God is die de mensen onvoorwaardelijk lief heeft. Hoe verschrikkelijk de wereld ook mag zijn, je gelooft dat in dat alles God aanwezig is, als macht van liefde; verborgen, maar toch. Dat is de betekenis van die woorden: "Ik geloof in God de Vader, de almachtige, schepper van hemel en aarde."
Het kan een overweldigende ontdekking zijn; dat deze wereld bij alle kwaad toch goed is. Dat de wereld Schepping is. Niet los van God te denken. En dat jij als mens dus mag leven in vertrouwen; dat is wat alle mensen nodig hebben. Kunnen leven in vertrouwen, bij alle absurditeit om je heen. Onze wereld en wijzelf, wij bestaan onder het oog van God.
Die heidense vrouw heeft het feilloos door; niet alleen de kinderen aan tafel hebben brood nodig, maar ook de honden onder de tafel. Geen mens kan zonder erkenning.
Als er een God is, en als God liefde is, dan geldt die liefde niet alleen de gelovigen, maar alle mensen; niet alleen het eigen volk, maar alle volken. Scheppingsgeloof is geloof in Gods onvoorwaardelijke liefde voor de mensen en voor de wereld.
Als kind van zijn tijd geloofde Jezus aanvankelijk niet anders dan de andere joden. God is de God van het eigen volk. Zijn liefde geldt ons, de gelovigen, mensen zoals wij. God is van ons, dat geloven alle mensen toch altijd het liefst!
Het is een vrouw, een heidense vrouw, die hem de ogen opent voor de grootheid van Gods liefde. De reikwijdte van Gods ontferming. Zijn liefde is zo uitgestrekt als het oosten verwijderd is van het westen.
En dat is wat Jezus heeft laten zien aan de mensen. Gods onbeperkte liefde voor de wereld. Hoe hij dat deed? In zijn omgang met mensen die werden afgeschreven, uitgekotst door de samenleving: ongelovigen, melaatsen, hoeren, tollenaars. Aan hen liet hij Gods liefde zien.
En dat is ook de reden geweest waarom de leiders van het volk Jezus hebben vermoord. Omdat hij duidelijk maakte dat God niet het bezit is van machtige en vrome mensen. Dat God niemands bezit is. Dat Hij almachtige liefde is, voor alle mensen.
Geen goedkope boodschap. Het brengt Jezus aan het kruis.
Daarom hadden die melaatsen en tollenaars, heidenen en hoeren, eigenlijk wel een plekje mogen krijgen in de Apostolische Geloofsbelijdenis. Want zij vertellen over de Jezus achter de stralenkransen. Hun verhaal vertelt waarom gelovigen die stralenkransen aan Jezus hebben gegeven.
Paulus zal het later in zijn brieven onderstrepen: in Christus heeft God de wereld met zichzelf verzoend. In Jezus is duidelijk geworden dat Gods liefde onvoorwaardelijk de wereld geldt. Niet slechts de gelovigen, niet slechts het eigen vrome volk, maar de wereld.
Daarom noemen wij Jezus 'Zoon van God'. Want hij belichaamt Gods liefde voor de schepping. Jezus legt ons met zijn leven uit wat de eerste regel van de geloofsbelijdenis betekent: Ik geloof in God de Schepper. Onvoorwaardelijke liefde voor de wereld!
Alle stralenkransen die wij hem geven verwijzen daarom naar de concrete Jezus: wat hij zei en deed; zijn betrokkenheid bij de mensen. Wie hem daarin wil volgen moet bedacht zijn op de gevolgen, want niet iedereen zal het jou in dank afnemen, dat je Gods onvoorwaardelijke en onbeperkte liefde predikt.
Voor Paulus wordt dat de kern van zijn prediking. Het verhaal van Jezus gaat dus door. Het kruis maakt er geen eind aan. Hij leeft! Zijn boodschap is waar: Gods liefde geldt de hele wereld. Paulus trekt er mee de wereld in.
Hoor Israël en hoor mensen van de wereld! De Heer is één hij is God van alle mensen. Ook voor Paulus geen goedkope boodschap. Het is de reden waarom hij door gelovige joden wordt weggejaagd en gevangen gezet.
Wij kunnen in de sporen van Jezus treden, schrijft Paulus in zijn brief aan de Romeinen. Als wij ons niet langer laten leiden door onze eigen wil. Onze eigen wil zegt altijd weer: eigen volk eerst; je moet zus en zo geloven wil jouw geloof echt zijn en wil God van jou kunnen houden. Je moet eerst deze geloofsbelijdenis onderschrijven, wil jij door God gered worden. Onze eigen wil legt altijd weer voorwaarden op aan anderen en legt daarmee beperkingen op aan Gods liefde. Dat is dan ook precies wat in de christelijke traditie zonde heet: de mens die zich in zichzelf oprolt; zo zei Augustinus het. De mens die niet kan verdragen dat God een God van genade is; zo ver het oosten is van het westen.
Paulus noemt dat "onze zondige wil" en daar moet je van af, zegt hij. Aanvaard toch vol dankbare vreugde dat God zijn schepping onvoorwaardelijk lief heeft.
Wie dat gelooft en daarnaar leeft, is een volgeling van Jezus.
Paulus is zelfs bereid ons dan een mooie stralenkrans te geven. Wij mogen "zonen en dochters van God" heten; net als Jezus dus; mensen die hebben ontdekt dat God de mensheid is toegedaan.
Hoor mensen van de wereld. De Heer is één. In Jezus heeft Hij laten zien dat zijn liefde gaat van oost naar west en van zuid naar noord.