15 februari 2011
Een “imker van woorden”, zo noemde Willem Barnard zichzelf. “Ik houd van het woord maar ik wil tegelijk heel zorgvuldig zijn in mijn omgang met woorden. Je bent immers niet zomaar in staat goede en ware dingen te zeggen. Hoe veel schade richten mensen niet aan met hun woorden! En dat niet eens uit kwaadaardigheid, maar vooral door gebrek aan zorgvuldigheid. Daarom wil ik in mijn spreken zijn als een imker. Ik benader de woorden met liefde, maar ik ben tegelijk behoedzaam en zorgvuldig.”
De liefde voor het woord staat voorop. Dankzij het woord kunnen wij elkaar aanspreken en kunnen wij namen geven aan de dingen om ons heen. We brengen zodoende verschillen aan tussen wat goed is en wat kwaad, tussen het mooie en het lelijke, het ware en het valse, het leven en de dood. Daarmee ordenen wij de werkelijkheid en maken wij haar bewoonbaar.
Was het woord er niet, wij leefden in volstrekte chaos. De wereld om ons heen een grauwe massa. Wij kunnen leven in de wereld omdat wij als het ware een verhaal over de wereld heen leggen. Leefbaarheid is verbonden met het menselijk spreken.
Het spreken, zegt Johannes dan ook in de eerste zinnen van zijn evangelie, is het begin van alles. Dankzij het spreken komt het leven op gang, en kan het leven menselijk worden.
Met woorden wijs je elkaar de weg en kun je elkaar bemoedigen op je tocht door het leven. Met woorden word je je bewust van je gedachten en gevoelens en kun je ze kenbaar maken.
Het spreken is God, zegt Johannes. Zoals het eerste scheppingsverhaal in Genesis het zegt: God zelf is het spreken, het begin van ons bestaan. Dat wij geschapen zijn naar zijn gelijkenis, betekent dit: ook wij kunnen met ons spreken het leven oproepen; ook wij zijn in staat het leven de ruimte te geven in de dingen en in de mensen om ons heen.
Kostbaar dus, het spreken. Maar tegelijk precair, want het spreken wordt op ontelbare wijzen misbruikt ten dienste van macht, vernietiging en dood. Dat zijn even zovele redenen om met elk woord behoedzaam om te gaan.
Besef altijd dat ons spreken een zoeken en stamelen zal blijven. Want wie ben jij en wat weet jij eigenlijk als het gaat om de geheimen van het leven. Sta je niet sprakeloos, als het er echt op aankomt, als het gaat om leven en sterven?
Zingen is de beste en de hoogste manier om het woord te gebruiken. Het lied dat wij zingen kan ons boven onze eigen beperkingen uittillen, al is het slechts voor een moment.
Een dichter als Barnard brengt ons in zijn liederen naar de grenzen van de taal en laat ons soms zelfs, heel even, over die grenzen heen kijken. En omdat de grenzen van de taal tegelijk de grenzen zijn van onze werkelijkheid, zien we dan ā soms, heel even ā een glimp van het geheim. We zien hoe het leven zou moeten zijn en waar het om gaat in de wereld van de mensen. Wat we nauwelijks durven vermoeden, brengt de dichter in zijn lied onder woorden. En zo helpt de imker van woorden ons uit te spreken wat ons sprakeloos maakt van verwondering; en te geloven wat ons gewone begrip ver te boven gaat.
In het zingen schudt een mens zijn beperkingen van zich af. In een lied durf je dingen te zeggen die je op die manier nooit zou zeggen op je werk, tegen je buurman, of zelfs tegen je partner: “Wij moeten Gode zingen, halleluja” of “De eersten zijn de laatsten, wie nakomt gaat voorop!”, en zelfs: “De aarde is vervuld van goedertierenheid, van goddelijk geduld en goddelijk beleid”.
Het is over de rand van ons begrip en ook over de rand van wat wij plegen te geloven. Maar het lied brengt ons daar. En zo brengt het zorgvuldige spreken van een woorden-imker ons tot leven.
“Tegen de wind in zingen”, noemt Barnard dat. Zingen doe je altijd tegen de heersende wind in; tegen de weerbarstigheid van het leven in.
Zingen is: rechtop gaan staan, je stem en daarmee je hele lijf volop gebruiken. Zingen is het leven in jezelf laten gebeuren! Zingen is: God de ruimte geven in het kleine stukje werkelijkheid dat jij bent. In het zingen is de kleine mens op zān grootst. Zingend zijn wij het meest mens en daarmee het dichtst bij God.
De imker Willem Barnard heeft ons teksten nagelaten om te blijven zingen en te blijven geloven. Tegen de wind in.
Overdenking, gehouden in een Vesper in de protestantse Paaskerk te Oss, waarin teksten van de dichter Willem Barnard centraal stonden, januari 2011.