Henk Vijver

<< terug

“In liefde omvangen”

26 augustus 2010

Job heeft gesproken. Hoofdstukken lang: klachten en verwijten aan het adres van God. En de vrienden van Job hebben gesproken. Nog meer hoofdstukken. Vrome redeneringen waar je geen speld tussen krijgt. Het boek Job, een boekenkast vol woorden van mensen. Het lijkt wel een samenvatting van de hele geschiedenis. Wij trekken onze sporen door de wereld. We praten zonder ophouden; roepen, schreeuwen soms tegen elkaar. En we doen van alles. Zo vullen wij de wereld met woorden en daden; en met de gevolgen daarvan.

Lezingen:
Job 38,
I Korintiƫrs 2: 7-9

‘En de Heer antwoordde Job vanuit een storm’.
God blaast vanuit de hoge al die woorden weg; onze dwaze en onze vrome woorden. Ze worden weggeblazen als dorre bladeren in de herfst. Alsof je over het strand wandelt. De wind door je hoofd. Eindelijk leeg, eindelijk bevrijd van al die ballast die wij met ons meedragen. Woorden, gedachten, gevoelens. De zangeres Amanda Strydom zingt daarvan; van de vrijheid die zij in haar hoofd voelt als ze zich weet los te maken van de trieste ervaringen in haar leven. Een lege kamer die haar bevrijdt van alle ballast, de "bagasie", die het leven met zich meebrengt.

Deel 4 in serie van
preken over Job.

Willen mensen Gods woorden kunnen verstaan, dan moet er eerst een leegte komen, stilte. Want alles wat wij over God denken te weten, is uiteindelijk niet meer dan ballast. Het keert zich gemakkelijk tegen ons. Als een obstakel tussen God en ons.

Job wist het allemaal ook heel goed; hij wist precies wat goed is en wat kwaad. Net als wij. We hebben onze waarden en normen, en onze principes. We weten hoe het zou moeten zijn in de wereld.
Job kan de rampen die hem overkomen, daarmee niet rijmen. Het klopt niet. God laat mij kwade dingen lijden, maar ik ben geen slecht mens. God houdt zich niet aan de regels van goed en kwaad. God verstoort de orde van de schepping. En dus roept Job God ter verantwoording. Leg eens uit, God, hoe het zit.

Dan neemt God het woord.
Job krijgt antwoord van God. Let wel: de vrienden komen hier al niet meer voor. Zelfs niet als hoorders van Gods woord. Zij zijn kennelijk te vol van hun eigen woorden, hun eigen catechismus over God. Job krijgt wel antwoord. Met al zijn verwijten en zijn klachten is hij God kennelijk liever dan die vrome vrienden die zo goed weten hoe de dingen in elkaar steken; die zo goed weten wie God is en hoe God te werk gaat.

Wat zegt God? Het lijkt alsof God helemaal niet ingaat op de vragen van Job. God heeft het niet over het leed dat Job heeft getroffen. God heeft het over de schepping. Hij neemt Job mee op excursie door de schepping. Alles laat hij hem zien en steeds weer stelt God dezelfde vraag: Job, begrijp jij dat, ken jij dat?

Wie sloot de zee af met een deur?
Heb jij de morgen ontboden, de dageraad zijn plaats gewezen?
Was jij ooit op de plaats waar de zee opwelt?
Ken jij de voorraadkamers van de sneeuw?

En zo gaat het maar door. ‘Begrijp jij al die wonderlijke verschijnselen, Job?’ En vervolgens, in hoofdstuk 39, laat God allerlei dieren aan Job zien: de berggeit, de struisvogel, het paard, de havik, en dan ten slotte de pronkstukken van de schepping: het nijlpaard en de krokodil.
Zo loopt God met Job de hele schepping door, en steeds weer die vraag: ken jij dat, Job? Doorzie jij de dingen? Job hoeft geen antwoord te geven want het is wel duidelijk. Job weet niets van al die dingen. Job begrijpt het niet, Job kent het niet.
Na hoofdstukken vol met praatjes staat de mens met de mond vol tanden tegenover het nijlpaard en de krokodil.

God loopt met Job de schepping door. De hele schepping? Nee. Er is één onderdeel dat in dit scheppingsverhaal ontbreekt. En dat is de mens zelf. Wij komen er niet aan te pas, in deze goddelijke excursie door de schepping. De geit wel; de mens niet. De struisvogel wel, en het nijlpaard, maar de mens niet. Alsof we er niet toe doen; alsof de mens niet meer is dan een onbelangrijk detail.
Dat is anders dan het scheppingsverhaal in Genesis. Daar is de mens het hoogtepunt van de schepping, de kroon, zoals hij zichzelf het liefst ziet. Hier komt hij er niet in voor.

Zo zit het Job, dat is de plaats van de mens, zegt God. Bij die grote schepping staat de mens in de marge en hij begrijpt er niets van. De mens is een mannetje van niks. En toch besta jij het, Job, om de schepping af te meten aan jouw ideeën van goed en kwaad? Jij vindt dat de dingen die er gebeuren in de natuur en in de wereld, moeten overeenstemmen met wat jij goed en kwaad vindt?
Wat goed is voor jou, is goed voor de schepping in zijn geheel? Maar Job, dat is toch een belachelijke gedachte!
Misschien is het zelfs wel andersom: wat goed is voor de schepping, is misschien wel slecht voor de mens. Wij, mensen, zullen toch een flinke stap terug moeten doen, wil de natuur gered kunnen worden. Wij zullen onze behoeften moeten beperken, wil de wereld toekomst hebben. De mens de maatstaf van de schepping? Eerder het tegenovergestelde!

De mens is niet meer dan een splinter, Job. Hoe kun je jezelf zo in het middelpunt plaatsen!
Wat een verrassing!
De verrassing is dat je in dit oude boek, meer dan 2000 jaar geleden geschreven, inzichten tegenkomt die de moderne wetenschap ons ook geeft. Ik heb eens een professor meegemaakt die een zaal vol studenten probeerde uit te leggen hoe groot het universum is. Het ging over sterrenstelsels en melkwegen en over lichtjaren. De professor liep vast in zijn woorden, maar dat was ook zijn bedoeling. De ruimte buiten ons gaat ons voorstellingsvermogen te boven. Weet jij wat een lichtjaar is? Onze woorden en onze verbeelding zijn niet toereikend; je bent als mens niet meer dan een stofje aan de weegschaal.

Wij zijn niet meer dan een stofje aan de weegschaal. De wetenschap kan het ons vandaag leren; precies zoals de verteller van Job het meer dan 2000 jaar geleden intuïtief voelde.
Hoe komen wij er bij om onze ideeën over goed en kwaad op te leggen aan die hele grote schepping. En verontwaardigd te zijn als ons dingen overkomen die niet passen in onze denkschema's.

Als die wijsheid van het boek Job tot je doordringt, dan pas dringt het wonder tot je door. Want dat is hier ook aan de orde: een wonder.
Het wonder is dat de God van die grote schepping op ons betrokken wil zijn. Dat Hij Job toespreekt. Dat hij de mens opzoekt. Middenin die onbegrijpelijke schepping staan wij daar: "in liefde omvangen".
Paulus schrijft daarover met verbazing: ‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefheeft’.
Heel Gods schepping, niet te bevatten, maar wel bedoeld voor ons om in te leven. Dat is het geheim van ons bestaan. Dat God zich heeft verbonden met de mens, zo klein, zo zonder enig begrip en zonder kennis. Wij zijn in liefde omvangen. Daarin ligt ons houvast en onze troost.

Na die woorden van God is Job stil.
Net als de zangeres Amanda Strydom vindt hij in zijn hoofd eindelijk een kamer, waar hij vrij is, verlost van alle ballast van het leven. En dan kan God bij Job binnenkomen. In de stille kamer van zijn hart.

Ek het lankal immigreer na 'n kamer in my kop
Vandaar hou ek versigtig die wêreld om my dop
My kamer bied 'n skuilte as die storms buite woed
My kamer ken geheime, my kamer ken my goed
Beskut my teen 'n wêreld waar ek ongemaklik leef
Bevry my van bagasie en laat my rustig wees

Die wêreld is my woning nie, Totius sou verstaan
Ek reis al meer na binne
tot dit tyd word om te gaan

My kamer het geen meubels, geen boek of skildery
Geen spinnerak of rommel om my aandag af te lei
My kamer het groot vensters, sonder luike of gordyn
Uitsig onbelemmerd, net die son wat helder skyn

Die wêreld is my woning nie, Totius sou verstaan
Ek reis al meer na binne
tot dit tyd word om te gaan

Ons ken die komplot van die drama
Elke eeu word daar flink repeteer
Net die rolverdeling en dekor verander
Maar waar is die groot regisseur, waar is die groot regisseur

Die wêreld is my woning nie, Totius sou verstaan
Ek reis al meer na binne
tot dit tyd word om te gaan.

Amanda Strydom, My Kamer, van de CD “Briewe Uit Die Suide” (bovenstaande tekst op tussenkontinente.nl)

Deel 4 uit een serie van preken over Job.