17 september 2007
Brian was 24 jaar oud. Hij stond aan het begin van het leven en had samen met zijn vriendin grote plannen voor de toekomst. Opeens op een vrijdagavond was hij dood. Zomaar, zonder enige vooraankondiging. Zijn vriendin, zijn ouders, zijn vele vrienden, waren verbijsterd en verslagen.
De katholieke kerk was bomvol tijdens de afscheidsdienst. Voorop de liturgie stond een prachtige foto van Brian. Zo kenden we hem: een en al levenslust en plezier, met een vrolijke grijns van oor tot oor. Altijd in voor een grap of een plagerij. Altijd klaar om samen een spelletje te doen, een partijtje voetbal te spelen of een feestje te maken.
De Surinaamse band zorgde voor de muziek tijdens de dienst. Een reusachtige tuba, een trompet, een saxofoon en een trommel. Prachtige muziek die ons allen ontroerde. En we zongen liederen gezamenlijk in het Nederlands en het Sranan Tongo (Surinaams):
Joe no sabi Gado habi, lobi vo wi potiman.
Meki hati bribi dati, Jesus de wi Helpiman.Groot is de liefde van God voor de mens,
Sluit Hem goed in je hart, Jezus is onze helper.
Brian zat vol idealen. Hij wilde de hele wereld ontdekken en verbeteren. Met zijn vriendin had hij al veel gereisd door Zuid- en Midden-Amerika, maar er lagen nog hele continenten te wachten. Hij had de vaste overtuiging dat het allemaal veel beter kon in de wereld dan het nu was.
“Wacht maar,” riep hij dan, “ik word een nieuwe Kofi Annan.” Het was half grap, half ernst. Natuurlijk plaagden zijn vrienden hem daar mee, maar ze wisten ook dat hij heilig geloofde in een betere wereld en dat hij zijn steentje daaraan wilde bijdragen. Je kunt toch niet leven zonder geloof, zonder idealen en zonder hoop?
We luisterden in de dienst naar een lied van de Argentijnse zangeres Mercedes Sosa:
wat zou het toch zijn,
als ik niet geloofde in de hoop,
als ik niet geloofde in wat ik geloof.
De wereld moet het hebben van bezielde mensen als Brian die willen werken aan menselijkheid en recht. Zonder geloof gaat de wereld ten onder.
Op de begraafplaats vormde zich een eindeloze stoet mensen. Eerst de muzikanten, dan de baar, daarachter de familie en vervolgens de vrienden. Acht sterke jonge mannen, neven van de gestorvene, droegen de baar. Ze waren helemaal in het wit gekleed. Al dansend op de muziek droegen ze de kist met het lichaam van Brian. Voor hen uit liep een oudere man die zwaaiend met zijn wandelstok het ritme aangaf. Er werd gezongen: “Jesus de wi Helpiman”. De mensen bewogen mee met de improvisaties van de saxofoon. De kist deinde heen en weer, op en neer, terwijl zij achter de muzikanten aangingen.
We maakten een omweg over het kerkhof. Daar ergens was het graf van de schoonmoeder van Brian. Zij was 5 jaar geleden gestorven, 52 jaar oud. De jongens dansten met de baar op hun schouders om het graf heen, om haar samen met Brian te groeten. Brian en zij waren nu verenigd. En daarna ging het verder.
Het leven gaat door in de beweging en het ritme van de muziek. De dood is verschrikkelijk en grijpt je bij de keel, maar hoe groot ons verdriet ook is, wij blijven lopen, wij blijven zingen en wij blijven leven. “Jesus de wi Helpiman.” De geest van leven is lichter dan de dood. Hij zweeft boven de ellende en de pijn van de wereld. Hij danst als een vogel hoog in de lucht.
Als je maar blijft geloven en als je maar blijft hopen. Want wat is een mens die niet meer gelooft? Wat blijft er van je over als je niet meer gelooft in de geest van leven die boven de wereld zweeft? Waar moet je van leven als je de kracht van muziek en dans, van ritme en beweging niet kent?
Ik heb nog steeds het beeld voor me, van die oude man die met zijn wandelstok in de lucht het ritme aangeeft, en die jongens met hun zwarte dreadlocks en hun witte kleding die met de baar op hun schouders dansend over het kerkhof gaan. Ik hoor het lied: “Jesus de wi Helpiman”. En ik weet het: de geest van leven zweeft boven deze aarde, hij is sterker dan de dood.
Eerder verschenen in Centraal Weekblad.