Henk Vijver

<< terug

Een kerk waar je ketter mag zijn

11 maart 2008

Dit zijn de gedachten van Berthe Ploos, hoofdpersoon uit de roman De heiligwording van Berthe Ploos van Hannes Meinkema:

Er is misschien wel ergens een kerk waar zij haar Ene mag eren en vieren, een kerk waar ze een ketter mag zijn. Als ze durft. Als ze maar vrij is. Berthe weet zeker dat de Ene wil dat ze vrij is, dat ze vrij mag denken.

Na conflicten op haar werk is Berthe overspannen geraakt en leidt ze thuis in haar souterrain een kluizenaarsbestaan. Ze gaat alleen naar buiten om de hoognodige boodschappen in de supermarkt te doen. Haar tijd brengt ze door met computerspelletjes en het lezen van theologische boeken. Ze heeft vroeger theologie gestudeerd. Hoewel ze die studie heeft afgebroken, blijft theologie haar grote liefde. Wat ze leest over de heilige Franciscus inspireert haar om zelf, net als hij, discipline in haar leven te brengen. Langzaam verandert haar leven. Ze komt in contact met andere mensen en zo vindt zij stapje voor stapje de weg terug naar de samenleving.

Tijdens de zoektocht naar zichzelf, leert ze wat liefde is en denkt zij voortdurend na over wat geloof voor haar zou kunnen zijn. Geloven zoals ze dat vroeger in de rooms-katholieke kerk heeft geleerd, wil en kan ze niet meer. Geloof is niet een kwestie van dogma's, van voorgangers die stellige zekerheden verkondigen, van een autoritaire kerk. Dat kan en mag het niet zijn. Geloof is de kracht die haar helpt de mensen die haar pad kruisen lief te hebben en zichzelf als mens te aanvaarden en te ontplooien. Van een onzeker, teruggetrokken en geplaagd mens, verandert ze langzaam in een vrouw die zichzelf heeft hervonden en die zelfs hulp weet te geven aan anderen.

Hoewel ze beslist niet terug zou willen naar de autoritaire en dogmatische kerk van haar jeugd, beseft ze dat zij ook niet zonder een kerk zou willen. Geloven is niet een louter individuele zaak. Berthe is geen soloreligieus. Dan loop je het gevaar opgesloten te raken in je eigen overtuigingen en je eigen voorkeur. Je hebt anderen nodig. Om bemoedigd en gevoed te worden, en ook om door hen gecorrigeerd te worden.

In de woorden van Berthe:

Bij geloven hoort de kerk, dat wil zeggen, ze voelt niets voor vrijblijvend Ietsisme en ze houdt ontzettend veel van die schitterende, rijke, onzinnige traditie. Die deel van haar is. Maar de dingen die haar vroeger uit de kerk verdreven vindt ze nog steeds moeilijk, even moeilijk: die gehoorzaamheid aan zoveel waartegen niet alleen het verstand maar ook haar gevoel zich verzet. De opstanding die letterlijk genomen moet worden, wat bovendien zo treurig afdoet aan de rijkdom en diepte van een symbolische betekenis. De maagdelijkheid, de presentia in brood en wijn - al die zaken die grenzen aan magie. Als kind moest ze bidden voor de zielen in het vagevuur, en het was precies bekend hoeveel weesgegroetjes één ziel voortijdig van pijn konden verlossen. Een belediging, zulk denken, jegens een God die toch liefde heet.

Ze wil dus niet een kerk die van de mensen vraagt allerlei onbegrijpelijke of zelfs dwaze dingen te geloven. Niet een kerk die haar overtuigingen verkondigt als absolute waarheid. Niet een kerk die zelfs bereid is haar leerstellingen onder dwang aan de gelovigen op te leggen. Ze wil een kerk waar zij als gelovige serieus wordt genomen. Waar zij in haar eigenheid wordt erkend en de ruimte krijgt om te geloven zoals het volgens haar zelf zou moeten. Dat is een kerk waar je tegen de hoofdstroom in mag gaan zonder dat je buiten de deur wordt gezet. Een kerk waar je ketter mag zijn.

Bestaat zo'n kerk? In een lang en pijnlijk proces slaagt Berthe er in haar eigen leven open te stellen voor dat van anderen. Langzaam weet zij zich te ontworstelen aan het onderaardse bestaan in haar souterrain. Zij leert God toe te laten in haar leven. Het is voor haar de weg naar waarachtig leven.

Haar leven verandert naarmate zij meer ruimte vrijmaakt voor de mensen die zij ontmoet. In de ontmoeting met allerlei mensen herontdekt zij het leven én herontdekt zij God.

Aan het eind van de roman is Berthe Ploos herboren. Zij nodigt haar vrienden uit voor een feestje in haar huis. “Het feest kan beginnen. Berthe zet haar voordeur open.” Op dat moment is de heiligwording van Berthe Ploos een feit. Zij is gered. En die redding heeft zij mede te danken aan andere mensen die een positieve rol willen spelen in haar leven.

De kerk die wij nodig hebben, lijkt op die kring van stoelen in het huisje van Berthe Ploos. Een open kring waar iedereen welkom is die mee wil denken over het leven; die mee wil zoeken naar de geheimen van ons bestaan. Niet een plek waar mensen elkaar lastig vallen met waarheiden en verplichtingen, maar een ruimte waar mensen elkaar hun levensverhaal kunnen vertellen en waar ze willen luisteren naar de verhalen van een oude traditie. Om zo samen verder te komen in een gezamenlijke zoektocht.

(Hannes Meinkema, De heiligwording van Berthe Ploos. Uitgeverij Contact, Amsterdam/ Antwerpen 2007)

In januari 2008 verschenen in Centraal Weekblad.