1 november 2007
De scriba van de Protestantse Kerk in Nederland, Bas Plaisier, heeft de kerken gevraagd anders om te gaan met randkerkelijkheid. Dat is inderdaad nodig. Sterker nog: het begrip 'randkerkelijkheid' heeft zijn tijd gehad. Het mag in de prullenbak. Wat er lange tijd mee werd aangeduid, bestaat niet meer. De veranderingen op het erf van kerk en geloof betekenen onder andere dat de kerk en geloof geen rand meer hebben.
Randkerkelijkheid is als begrip ontstaan in een tijd waarin gelovigen nog precies wisten wat voor gedrag en levenswijze hoorden bij het geloof en het kerklidmaatschap. Een kerklid was herkenbaar aan duidelijker gedragingen, zoals geregelde kerkgang, het laten dopen van kinderen, lidmaatschap van kerkelijk gekleurde maatschappelijke organisaties, het lezen van bepaalde kranten, boeken en tijdschriften en het aanhangen van een aantal meningen.
Tegenwoordig is het veel minder duidelijk wat kerk is en vooral wat het bijbehorend geloof en de bijbehorende levenswijze van kerkleden zouden kunnen zijn. Er is in dat opzicht een grote mate van pluriformiteit ontstaan binnen de kerken. Kerk, in de zin van een vastomlijnd geheel met bijbehorende gedragscode, bestaat niet meer. En ook geloof is voor de meeste gelovigen niet meer een vaststaand pakket. Het is een zoektocht geworden. Dat kerk en geloof niet meer zijn af te bakenen zoals vroeger, betekent dat ook de rand van kerk en geloof niet meer vastligt Randkerkelijkheid bestaat niet meer, omdat de kerk die door dat begrip werd voorondersteld, niet meer bestaat.
❧
Het hele artikel, dat op 19 oktober 2007 in VolZin, opinieblad voor geloof en samenleving verscheen, leest u hier (pdf-bestand; 3 pagina's):